Meer info of reserveren? Bel0529 - 850 111

toen&nu

Het begin 

Het klooster van de zusters van het Heilige hart werd gebouwd in 1927 en is ontworpen door C. Hardeman.
De stukken grond waarop in 1927-1928 het zusterhuis, de drieklassige lagere school en het gebouwtje voor de naaischool en bewaarschool werden gebouwd, waren eigendom van een groot aantal personen. 

Alle bezitters van deze stukken grond kwamen op 21 juli 1927 bij de notaris Schreuder te Dalfsen. 
Aan de zusters werd een stuk ter grootte van ruim 2000 vierkante meter verkocht, waarop het zusterhuis met tuin werd gebouwd en aan de Rooms-katholieke kerk een stuk grond ter grootte van ruim 3000 vierkante meter, waarop de schoolgebouwen zouden te komen te staan. Op 28 juli 1927 werd de bouw van het zusterhuis en de schoolgebouwen aanbesteed. De bouw werd gegund aan de aannemers Jonker en Tienkamp uit Nieuw- Amsterdam. De bouwsom bedroeg
f 20.358,64. Kort daarna werd de bouw begonnen. 
 
Zusters van Moerdijk komen naar Dalfsen 
Met het doel het onderwijs aan de katholieke school te verzorgen, was pastoor Galama (pastoor te Dalfsen van 14 mei 1926 tot 31 januari 1931) erin geslaagd de zusters van de congregatie van het Allerheiligst Hart van Jezus te Moerdijk naar Dalfsen te laten komen. “De school wordt vol vertrouwen in handen gegeven aan deze zusters, die hun leven tot één opoffering hebben gemaakt voor de medemens” , aldus pastoor Galama. Nadat het gebouwencomplex, bestaande uit het zusterhuis, de drieklassige lagere school en de bewaar- en naaischool, was voltooid, werden de zuster op 2 maart 1928 op het station van Dalfsen hartelijk verwelkomd door pastoor Galama, het kerkbestuur en vele belangstellenden. In drie auto’s ging het richting dorp. De school werd in april 1928 plechtig geopend. 

Gewenning

Voor de zusters was het een grote overgang geweest van Brabant naar het kerkdorp aan de stille Overijsselse Vecht. Sprak men daar het gemoedelijke dialect van het gezellige en vriendelijke Brabantse volk, hier had men te doen met korte min of meer afgebeten woorden, alsook met de geheel andere mentaliteit van de nieuwe omgeving. Droegen vrouwen in Brabant een muts met een met veren en bloemen versierde strook, hier in het Sallandse kregen ze een eenvoudige en sobere, maar fijne Overijsselse mutsen te zien. Toen de zusters eenmaal in Dalfsen hun weg hadden gevonden, ontstonden er al gauw levendige contacten met de ouders van de kinderen.

De nonnetjes werden een vertrouwd beeld in het dorp. Met de katholieken van Dalfsen hebben ze veel lief en leed gedeeld. Mede door de diepe godsdienstzin was er een vruchtbare bodem ontstaan voor het opbloeien van religieuze roepingen.

toen-nu

De Dalfser en Sallandse zusters waren tastbare getuigen van de goede verhouding die er was tussen de zusters en de Dalfser katholieken. We denken aan de zusters Gabriëlla Herbrink, Gerarda Kloppenberg, Ambrosia Butink, Jaqueline Butink, Matthia Butink, Joanny Herbrink en Borromea Jacobs. 

Inschakeling jeugd bij vieringen

Om de jeugd tot een diepere godsdienstbeleving te laten komen, werden schoolgaande kinderen en jongelui als misdienaar en acoliet al vroeg ingeschakeld bij de godsdienstige kerkelijke plechtigheden. In het klooster van de zusters konden aanstaande misdienaars oefenen om met name het Latijn goed uit te leren spreken. Ze bedienden zich dan van kaarten waarop de uitspraak van Latijnse woorden zo nauwkeurig mogelijk werd benaderd. Jongeren werden ook ingeschakeld om meerstemmige missen in te studeren en later bij kerkelijke hoogtijdagen uit te voeren. Onder pastoor J. Galama (de tweede met dezelfde naam, 1941-1950), die zelf zeer muzikaal was, werden vierstemmige misgezangen ingestudeerd door juffrouw Martha Nijenhuis en de uitvoering nam de pastoor dan zelf voor zijn rekening.  

Zilveren Jubileum 

Op zondag 10 mei 1953 trokken de zusters met het bestuur van de Congregatie voorop, onder een stralend zonnetje door de feestelijke versierde Oosterstraat naar de pastorie. Daar werden ze opgewacht door pastoor Steenkamp, die met maar liefst 21 acolieten de zusters de stampvolle kerk binnenleidde. Het zilveren feest van de school, maar tevens ook van de zusters in Dalfsen, stond volop in de belangstelling. Toen de zusters op 8 mei reeds naar bed waren, werden in alle stilte twee houten stellages voor de poort gezet en een nonnetje dat toevallig naar buiten keek, mompelde: “daar begint het al!”. Weken van tevoren was men begonnen met allerlei repetities.

Ook werden er veel gaven bij het klooster bezorgd: bloemen en fruitmanden, een reusachtig krentenbrood met zilverversiersels erop aangebracht, eieren en taarten. Op de jubileumdag trad het gemengde zangkoor op, dat uit oud-leerlingen bestond, met een dirigent waarvan zuster Martini eens met een vermanend gebaar gezegd had: “Jongen, jongen, van jou komt niets terecht!” Het feestelijk gebeuren in 1953 werd afgesloten met een door de leerlingen opgevoerd sprookjesspel “De wondermat” onder leiding van onderwijzeres mejuffrouw M.C. de Wolf, alsook met het toneelstuk “Voor vijfentwintig jaar”, waarin kennis werd gemaakt met pastoor Galama, de grondlegger van het katholiek onderwijs in Dalfsen en met de leden van het kerkbestuur. Een humoristisch stuk in een entourage van decors en grime, verzorgd door de ambitieuze Bertus Wolfkamp. Allerlei personen die bij het begin van het katholiek onderwijs een rol speelden, kwamen in het stuk voor. Zo werden de vier kerkmeesters in beeld gebracht door vier zonen van de leden, die toen deel uitmaakten van het kerkbestuur. Voor de inwoners van het dorp was het zeer vermakelijk al die personen met hun verleden en feiten tijdens het spel te herkennen. Toen pastoor Galama de kerkmeesters voor het eerst vertelde, dat hij “religieuzen” naar Dalfsen wilde halen, vroeg er één: “Religieuzen, wat zijn dat voor dingen?” Maar ook de zusters kwamen in het toneelstuk voor, met name Zr. Marie Martini, die grote moeite had met de voor haar vreemde namen als Dieks, Mans, Gait, Graets en zo.  

Vertrek zusters uit Dalfsen 

In 1962 kwam de leiding van de lagere school in handen van leken, de zusters bleven aan de V.G.L.O.-school en de kleuterschool “De Zonnige Kant” respectievelijk tot en met de schooljaren 1968 en 1972 leiding geven. Ondertussen hadden de zusters na 36 jaar in Dalfsen met grote inzet te hebben gewerkt in onderwijs en zorg, afscheid genomen van de parochie en dorp. Tijdens een afscheidsreceptie werd de zusters veel lof toegezwaaid voor hun verdienstelijk werk, ieder op haar eigen plaats, in het onderwijs op scholen, in de wijkverpleging, maar ook in het klooster en daarbuiten in de gezinnen. “U bent een kostbare verbinding geweest tussen school, kerk en gezinnen”, aldus pastoor Wansink. Dat was op 16 augustus 1964, de dag waarop de zusters tot ereparochianen werden benoemd. Vijf van de negen zusters verhuisden naar het klooster in Lemelerveld, om van daaruit het onderwijs en de Witgele Kruisdiensten te blijven verzorgen. Het klooster werd met bijbehorende grond door het kerkbestuur in eigendom verworven. Later is het doorverkocht aan Jacobs Meubelen. 
Tegenwoordig doet het pand dienst als groepsaccomodatie, vergaderlocatie, B&B .Solexverhuur en Puchverhuur
      

Bron: Historische kring Dalfsen